Historiek

Grafelijke molens

De vroegst gekende vermelding (“in molendis a pud Herlebecam”) staan in een oorkonde van 1128. Daarin schenkt Clémence, gravin van Vlaanderen, aan de proosdij Sint-Amand te Kortrijk jaarlijks een mud graan afkomstig van de molens van Harelbeke. In 1198 stelde graaf Boudewijn XI van Vlaanderen een nieuwe verantwoordelijke aan voor de uitbating van zijn molens op de Leie. Ook het kapittel van de Sint-Salvatorskerk kreeg inkomsten van de molens.

De Harelbeekse watermolens waren banmolens, ook wel dwangmolens genoemd.  Al wie binnen deze “ban” woonde, was verplicht er zijn graan te laten malen. Deze “ban” was een cirkelvormig gebied, waarvan de straal de zogenaamde banmijl was,  van ruim 5 km. Vanaf de zeventiende eeuw zien we elders in Harelbeke windmolens opduiken, wat erop wijst dat deze ban niet meer gold of aangepast was.

Aangezien Harelbeke een open stad was, zonder enige stadsmuur, werden de molens meerdere malen het slachtoffer van oorlogsgeweld. In de zeventiende en achttiende eeuw kregen de molens houten versterkingen en een wacht. De molens waren dan ook strategisch belangrijk : vooral de sluizen erbij bepaalden het verloop van de Leie.

historiek_clip_image002.jpg
fotosHistoriek.png

De molens vanaf de negentiende eeuw

Tot het begin van de negentiende eeuw hadden ze het uitzicht van traditionele watermolens met hun typische waterraderen. Naast het malen van graan, dienden ze ook voor het malen van schors voor het leerlooien, het persen van olie en zelfs het vollen van stoffen. Vanaf ca. 1850 deed de industriële evolutie zijn intrede. De Leiearm werd overbrugd, zoals de sluitsteen met het jaartal ‘1849’ nog steeds aanwijst. Het gebouw kreeg zijn huidig uitzicht met zes bouwlagen en 13 traveeën. In 1850 werd een eerste stoommachine geplaatst. De vierkanten schoorsteen die verbonden was met de machinekamer bestaat nog steeds. Dit houdt niet in dat de waterkracht verlaten werd. In 1880 werden de waterraderen vervangen door waterturbines. Er bestaan plannen om opnieuw een turbine te plaatsen om milieuvriendelijke energie voor het gebouw op te wekken. De molens waren verschillende keren het slachtoffer van brand en kregen hun huidig uitzicht na een brand in 1886.

Tussen de tweede wereldoorlogen was er een fabriek van zeeppoeder in gevestigd onder de naam ‘Ozonia’. Na de Tweede Wereldoorlog raakten de molens steeds meer in verval. In 1998 werden de molens samen met de omgeving beschermd.  Lofting Group kocht de gebouwen op en renoveerde ze tot lofts.

Naast de banmolens vind je ons eet- en koffiehuis ‘de Banmolens’.